Gepost op

Karin Steijven aangesteld als Lector Bijengezondheid

Karin Steijven aangesteld als Lector Bijengezondheid

Bij Hogeschool Van Hall Larenstein (VHL) wordt Karin Steijven per 15 september (0,6 FTE) aangesteld als lector Bijengezondheid. Karin Steijven promoveert dit najaar aan de universiteit van Würzburg in Duitsland op het onderwerp: ‘Effecten van genetisch gemodificeerde gewassen op bijen’. Tijdens haar studie en overige activiteiten heeft Karin zich verdiept in veel aspecten van bijengezondheid en bijenhouderij waaronder ook de ecologische aspecten hiervan.

De aanstelling van de lector Bijengezondheid vindt plaats naar aanleiding van het in 2013 door het Bijenberaad opgestelde ‘Actieprogramma Bijengezondheid’. Dit actieprogramma  is door de betrokken partijen aangeboden aan staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken. De staatssecretaris heeft vervolgens toegezegd voor een periode van drie jaar een zogenaamde bijenmakelaar mee te willen financieren als schakel tussen wetenschappelijke kennis en de praktijk.

De NBV is verheugd dat de aanstelling een feit is. In de totstandkoming van het Actieprogramma Bijengezondheid is de NBV pleitbezorger geweest voor het realiseren van een functie in de lijn zoals hiervoor omschreven.

Wat is Steijven van plan de komende jaren? Luister het Radio EenVandaag gesprek met Karin Steijven.

Gepost op

Marcel Simon geëerd met erekorfje

marcelsimon-erekorfje

Vanwege zijn jarenlange inzet voor de NBV ontving Marcel Simon (80) het erekorfje. Uit handen Wouter Schouwstra, secretaris van de NBV, ontving Marcel deze hoogste onderscheiding van de vereniging. Wouter omschreef Marcel als een fijn en open minded mens.
Marcel heeft een flinke staat van dienst en breidt die nog steeds uit. Hij maakte deel uit van het hoofdbestuur van de VBBN en later van de NBV. Hij was jarenlang voorzitter van de afdeling Arnhem/Velp en hield zich bezig met het afdelingsbulletin. Hij was actief in de honingkeuringcommissie. Als bijenteeltdocent heeft hij talloze cursisten opgeleid.
De landelijke gezondheid van bijen gaat hem aan het hart. Zijn betrokkenheid brengt hij tot op de dag van vandaag tot uitdrukking in de Bijengezondheidscommissie. De liefde voor de honingbij steekt hij niet onder stoelen of banken als hij als gids in het Bijenhuis bezoekers ontvangt en rondleidt.

erekorfje-naamloos

Gepost op

Meld een zwerm!

Heeft u een bijenzwerm?

Neem contact op met een van onderstaande imkers. Zij zullen de bijenzwerm voor u scheppen.

ARNHEM NOORD:
M. Coemans  Tel.026-4451195
E. Dubelaar  Tel. 026-3645025
ARNHEM ZUID:
H. Radstake  Tel. 06-36196269
P. Paardekooper  Tel. 026-3271840
VELP:

J. Lijkendijk  Tel.026-3646096
A. Ohm  Tel.026-3635697
H. Holdijk  Tel. 026-3645625
RHEDEN e.o.
K. Poppinga  Tel. 026-4952164 / 0620509081
DE STEEG e.o:
B. Riggeling  Tel. 026-3620915 / 0647488448

Wat is een bijenzwerm?

Van mei tot juli vermeerderen bijenvolken zich. Zij doen dit door een zogenaamde zwerm. Een flink deel van een volk, enkele duizenden bijen, gaat er vandoor met een koningin in hun midden. Ze gaan op zoek naar een nieuw onderkomen. Voordat ze dit hebben gevonden maakt de zwerm vaak een tussenstop en vormen een klont bijen aan een boom, een hekje of een dakrand. Daar blijven ze een paar uur tot soms een paar dagen hangen. Hoewel een bijenzwerm er dreigend uit kan zien, is ze niet gevaarlijk. Bijen zijn er niet op uit om te steken en zeker niet als er geen honingvoorraad te verdedigen valt.

Neem afstand tot een zwerm en laat het geheel met rust.

Bijenhouders helpen u graag van de zwerm af. Op verzoek komen ze de zwerm scheppen en nemen hem mee om het volkje in een kast of korf onder te brengen. Het kan zijn dat ze een kleine vergoeding vragen voor hun werk.

zwerm1zwermverwijderenedwin-zwerm-scheppen

Gepost op

Inwinteren

Inwinteren is meer dan alleen het voeren van suiker. Het inwinteren bestaat uit de volgende controles en handelingen:

  • Zijn de grootte van het volk en de grootte van de kast met elkaar in overeenstemming:
    • als de kast te klein is dan heeft het volk onvoldoende mogelijkheid om voer op te slaan, en
    • als de kast te groot is dan krijg je meer last van beschimmelde raat. Je kunt dit o.a. voorkomen door het plaatsen van kantramen. Rond het inwinteren wordt menig kast te groot omdat het broeden afneemt.
  • Heeft het volk voldoende ventilatie.
  • Is de vliegspleet klein genoeg zodat het volk geen last van muizen krijgt.
  • Krijgt het volk voldoende voer mee de winter in
    • Hoeveel suiker je bij moet voeren hangt af van de hoeveelheid en van de de kwaliteit van de honing die een volk nog heeft voordat je aan het inwinteren begint:
      • hoeveelheid: als het productievolk zelf ook nog een paar centimeter honing boven het broed heeft zitten dan moet 12 kg suiker voldoende zijn, voor de zekerheid geeft je 15 kg; en er zijn imkers die nog veel meer voer geven, maar die doen dat dan vaak om in het voorjaar voerramen over te hebben die ze kunnen gebruiken bij het opzetten van nieuwe volken.
      • kwaliteit: afhankelijk van de dracht kan honing meer of minder snel kristalliseren, en bevat het meer of minder afrolstoffen die in de winter in de darmen van de bij ophopen (en kunnen leiden tot roer). Hoe meer kristallisatie, en hoe meer afvalstoffen in de honing hoe minder geschikt voor overwintering, en dus hoe meer suiker je bij moet voeren. Als er in de winter nog genoeg gevlogen kan worden en er dus water kan worden gehaald (voor het verwerken van de gekristalliseerde honing), en er dus ook gepoept kan worden om de afvalstoffen kwijt te raken, dan is e.e.a. veel minder een probleem. Maar ja, dat weet je pas achteraf, en daar kun je dus geen koers op varen. Sommige imkers leggen een plastic vel op de ramen zodat bijen daar condensdruppels kunnen halen voor het oplossen van de suikerkristallen.
    • Je kunt het suiker bij het inwinteren in verschillende vormen aanbieden: suikerwater, apifonda, en in de handel verkrijgbare oplossingen met invertsuiker. Borstplaat wordt wel gegeven als de winter al gevorderd is en er ineens sprake is van een voedseltekort.
    • Doorgaan met voeren totdat er op het middelste raam van het broednest op z’n smalst zo’n 10 cm voer zit (tussen toplat en broednest). Op het middelste raam is het broednest het hoogst zodat de naastliggende ramen naar buiten toe steeds meer voer zullen bevatten.
  • Zijn de buitenste voerramen verzegeld.
    • Als dat niet zo is dan loop je grote kans dat deze ramen in de loop van de winter beschimmelen. Vaak worden de buitenste ramen daarom ingewisseld voor de eerst naastliggende die wel verzegeld zijn.